| 1950: Wereldmarkten - Kwaliteit kent geen grenzen.Duitsland werkte ijverig aan haar 'Wirtschaftswunder' en wekte alom verbazing door aan het begin van de jaren vijftig de wereld hoogwaardige producten te bieden. Het begrip 'Made in Germany' werd gevormd. Ook STILL behoorde tot de bedrijven waarvan de producten in het buitenland interesse wekten. Vooral de nieuw ontwikkelde voertuigen waren een exportsucces. De Engelse bezetters waren de eersten die STILL een groot order gaven. In 1950 bestelden zij 60 stuks van de elektrische truck EWL 1500.
Handel met het buitenland behoorde voor STILL tot de ondernemingstradities. Reeds in 1924, slechts vier jaar na oprichting, was STILL met zijn lichtstations en elektromotoren op de exportbeurs in Leipzig vertegenwoordigd. Destijds was het stroomnet nog niet zo wijdvertakt. Afgelegen plantages in tropische landen hadden behoefte aan een eigen stroomvoorziening. STILL leverde ze in alle uithoeken van de wereld.
Het streven om alle wereldmarkten te openen, bleef tot op de dag van vandaag een belangrijk doel van de onderneming. In het jaar 1951 presenteerde STILL zich in buurland Denemarken op de beurs in Kopenhagen en werd zodoende in de publiciteit bekend als een bedrijf dat openstond voor de wereld. In elk geval kopte de Hamburgse pers nog dat jaar met de kreet: STILL wereldwijd.
Het order van de Duitse spoorwegen was zeer bevordelijk voor de export. Zij gebruikten als eerste de elektrische wagens en heftrucks van STILL (1949) en spoorden daardoor andere spoorondernemingen aan om eveneens voor STILL te kiezen. Italie (1954) begon en spoedig volgden de spoorwegen van de Beneluxlanden. In 1959 kwam er zelfs een order van de Japanse spoorwegen bij. De grote orders uit het buitenland waren voor STILL belangrijk om twee redenen: ze bevorderden zowel de algemene opbouw na de moeilijke jaren veertig als de overstap op de productie van toestellen voor intern transport. Reeds in 1954 overtrof deze productie het oorspronkelijke doel van de bouw van elektromotoren en installaties. |