1970: Vooruitgang - Wie innovaties aanbiedt, moet innovaties benutten.Toen in 1970 de eerste IDM-computers hun intrede deden, was nog niet te overzien hoe groot de invloed en betekenis van elektronische dataverwerking binnen de industrie en handel zou worden. De nieuwe techniek bood nieuwe mogelijkheden. En voor nieuwe mogelijkheden was een onderneming als STILL altijd zeer ontvankelijk. STILL maakte gebruik van de technische vooruitgang waar en wanneer dat zinvol was. Zo werden gelijktijdig met de invoering van de computer, de eerste volautomatische productie-units ingezet. Ook binnen de niet technische aspecten, zoals bij de werktijdbepaling, beproefde STILL nieuwe concepten. Door de invoering van glijdende werktijden in 1972 bood STILL haar werknemers meer individuele beslissingsvrijheden en een grotere eigenverantwoording. Maar STILL maakte niet alleen gebruik van de technische vooruitgang, zij bood deze ook zelf actief aan. Met nieuwe producten werden er binnen de hef- en magazijntruckwereld nieuwe maatstaven bepaald. Dat begon al kort na de beslissing om voertuigen te bouwen met de, in 1948 gepatenteerde individuele wielophanging en -vering. Ook de eerste hybride aangedreven heftruck in het jaar 1983 was een voorbeeld van de onstuitbare innovatiedrang van STILL.
In de jaren zeventig prestenteerde STILL een ander voorbeeld van innovatie: de doorkijkmast. Wetenschappelijke studies toonden aan dat deze nieuwe ontwikkeling de veiligheid en het bediengemak van heftrucks in belangrijke mate verbeterde. De constructeurs en ontwerpers van STILL besteedden volop aandacht aan de bescherming van het milieu. Al sinds 1974 kon de uitlaatgasemissie dermate worden verminderd dat aan de dertien eisen van de "California Tests" voldaan werd. De vooruitgang van STILL was trouwens nooit uit eigenbelang. Steeds stond het belang van de klant voorop. Dit hoofdprincipe werd gehonoreerd en leidde tot verdere groei. In 1979 was het aantal medewerkers gestegen tot circa 2.500. |